De Achterblijvers

Kunstexpositie De Achterblijvers is te zien van 14 februari tm 4 juli 2026 
Museum 't Fiskershúske,
Fiskerspaad 4-8a  Moddergat
tel. 0519 589454 
info@museummoddergat.nl 
openingstijden:
maandag tot en met zaterdag van 10.00 - 17.00 uur


Al ver voor onze jaartelling kwamen mensen naar wat nu de friese waddenkust is, om een bestaan op te bouwen. Op het vruchtbare land graasde het vee en de zee voorzag in voedsel. Er waren nog geen dijken om mens en dier te beschermen,  de zee bepaalde het leven. De kwelderbewoners bleven ook wanneer een stormvloed de huizen wegspoelde, er schepen vergingen en levens nam. Ze bleven en bouwden alles weer op. Het moeten krachtige mensen zijn geweest, deze achterblijvers, krachtig, hoopvol en met een enorm doorzettingsvermogen.
Iedere keer wanneer ik buitendijks op de kwelder loop zie ik ze staan: de vrouwen, ouden van dagen en kinderen. Zij bleven aan wal wanneer de vissers de zee op gingen.
Zee, land en mens zijn in constante wisselwerking op het kwelder van Peasens-Moddergat. Eeuwenlang hebben hier mensen geleefd, afhankelijk van het water, wat geeft en neemt. Wat doet de zee met de mens; de mens die halstarrig vasthoud aan het land wat overstroomd wordt door zout water? Wat blijft erover wanneer het water zich terugtrekt?
Wie zijn de Achterblijvers?
Om dit te onderzoeken  zijn 18 geboetseerde koppen bij eb in het wad geplaatst. Hun uiterlijke kenmerken zijn gebaseerd op de gezichtskenmerken van de bewoners van de vissersdorpen, het zijn echter geen portretten, het zijn verhalen.
Daar staan ze, zij aan zij, als groep, alleen, afgezonderd, starend naar de zee, starend naar het land. Iedere kop verteld een eigen verhaal wat zich ergens in de tijd heeft afgespeeld. Na 12 uren zijn de koppen, die een vloed hebben getrotseerd teruggenomen. Het water heeft ze veranderd, één kop, Heit van ús Afke, heeft het niet gered.. Het is wat het is.

Deze verandering, veroorzaakt door de zee, hoort nu bij de koppen. Net zoals de mensen die hier leefden zal de zee onderdeel worden van hun uiterlijk, hun Zijn.
En dan zie ik ze staan; De Achterblijvers; staand op de dijk uitkijkend over het Wad, reikhalzend, zien ze daar dan toch een mast verschijnen?